Een Honda-aggregaat kun je beoordelen op elektrische veiligheid volgens NEN 3140, maar de belangrijkste aandachtspunten verschillen van die bij een gewone elektrische machine. Vooral de aardingsvoorziening, de wijze waarop de nul en aarde zijn uitgevoerd en de beveiliging bij een isolatiefout bepalen welke metingen zinvol zijn.
Bij een aggregaat moet je daarom eerst vaststellen welk elektrisch systeem je voor je hebt. Een draagbaar Honda-aggregaat met een zwevende uitgang kan anders worden beoordeeld dan een aggregaat waarvan één uitgangspool met het frame is verbonden.
1. Welke controles en metingen kun je uitvoeren?
1. Visuele inspectie
- Beschadiging van behuizing, stopcontacten en kabels.
- Beschadiging van stekkers en aansluitingen.
- Aanwezigheid en leesbaarheid van typeplaat en waarschuwingen.
- Controle van beschermingsklasse en eventuele beschermingsleiding.
- Controle op vocht, vervuiling, brandsporen en losse delen.
2. Beschermingsleiding doormeten
Meet de continuïteit van de beschermingsleiding bij een aggregaat met beschermingscontacten en een daarvoor bedoelde beschermingsleiding.
- Meet tussen de beschermingscontacten van de contactdozen en de relevante beschermingspunten.
- Controleer de verbindingen die volgens het ontwerp aanwezig moeten zijn.
- Verwacht niet automatisch dat de PE-contacten met het metalen frame verbonden zijn; dit hangt af van de uitvoering.
3. Isolatieweerstand meten
Meet de isolatieweerstand van de daarvoor geschikte elektrische delen, met de motor uit en het aggregaat spanningsloos.
- Scheid gevoelige elektronica en inverterelektronica zo nodig volgens de fabrikantprocedure.
- Kies de meetspanning volgens de toepasselijke testmethode.
- Test geen aangesloten verbruikers mee.
- Een goede isolatieweerstand bewijst op zichzelf niet dat de aardlek- of overstroombeveiliging goed werkt.
4. Spanning en frequentie controleren
Laat het aggregaat draaien en meet met geschikt, veilig meetgereedschap:
- Uitgangsspanning tussen de actieve contactpunten.
- Frequentie van de uitgangsspanning.
- Indien van toepassing: spanning tussen actieve geleiders en PE.
- Bij een driefasenaggregaat: de afzonderlijke fasespanningen en fasevolgorde, indien relevant.
Vergelijk de resultaten met het typeplaatje en de specificaties van de fabrikant. Dit zijn vooral functionele controles; ze vervangen de veiligheidsmetingen niet.
5. Beveiligingen controleren
- Controleer aanwezige thermische en overstroombeveiligingen.
- Test een aanwezige aardlekschakelaar met een geschikte testmethode, als deze volgens het systeemontwerp is toegepast.
- Beoordeel of bij een isolatiefout de vereiste automatische uitschakeling of een andere passende beschermingsmaatregel werkt.
- Controleer of de beveiliging past bij de wijze waarop het aggregaat wordt gebruikt.
2. Welke meetwaarden kun je aanhouden?
Onderstaande waarden zijn praktische referenties die je bij het opstellen van een keuringsprocedure kunt gebruiken. De definitieve beoordeling moet aansluiten op de toepasselijke norm, de meetmethode en het specifieke aggregaat.
| Meting | Praktische beoordeling |
|---|---|
| Weerstand beschermingsleiding | Vaak maximaal 0,3 Ω als richtwaarde; beoordeel ook snoerlengte, verbindingen en toepasselijke criteria. |
| Isolatieweerstand | Vaak minimaal 1 MΩ bij de betreffende testmethode; testspanning en meetopstelling moeten geschikt zijn voor het aggregaat. |
| Aardlekschakelaar | Aanspreekstroom en uitschakeltijd beoordelen aan de hand van type, nominale aanspreekstroom en toepasselijke eisen. |
| Uitgangsspanning | Binnen de specificaties van het Honda-model. |
| Frequentie | Binnen de specificaties van het Honda-model. |
| Isolatiebewaking | Functionele controle als het aggregaat met een isolatiebewakingstoestel is uitgerust. |
De genoemde waarden zijn geen universele acceptatiegrenzen voor ieder aggregaat.
+2
3. Het belangrijkste aandachtspunt: zwevende uitgang of geaarde uitgang
A. Aggregaat met zwevende uitgang
De actieve uitgang is niet zonder meer met aarde of het frame verbonden. Een gewone aardlektester kan daardoor niet functioneren zoals verwacht. Een meting kan geen uitsluitsel geven over de veiligheid van de gehele installatie.
Controleer het ontwerp en de aanwezige beschermingsmaatregelen. Beoordeel niet automatisch de verbinding tussen nul, PE en frame als een defect.
B. Aggregaat met geaarde uitgang
Als het ontwerp een verbinding tussen een actieve geleider en aarde voorschrijft, moet je controleren of die verbinding aanwezig en correct uitgevoerd is.
Dan kunnen onder meer de beschermingsleiding, isolatie, aardlekbeveiliging en de werking van de foutbeveiliging worden beoordeeld. De precieze meetmethode hangt af van de uitvoering.
Een aggregaat dat losse elektrische apparaten voedt, moet je bovendien onderscheiden van een aggregaat dat een tijdelijke elektrische installatie of verdeelkast voedt. In dat laatste geval zijn ook de installatie, aardingsvoorziening en uitschakelvoorwaarden van belang.
+1
Let op: sluit niet zomaar een standaard NEN 3140-apparatentester of aardlektester aan en trek vervolgens conclusies uit de uitslag. Metingen aan een aggregaat kunnen onjuiste resultaten opleveren of schade veroorzaken als de testmethode niet bij het systeem past.
